Uniek motormechaniek van Revetec
donderdag 14 augustus 2008
Vermoedelijk weet u het nog niet, maar een nieuw type motor gaat via nieuwe industrielanden de wereld veroveren. Van ‘down under’ komt het CCE-ontwerp, dat dieselzuinigheid bereikt met benzine als brandstof. De kern vormt een ‘drielobbig’ mechanisme dat krukas en drijfstangen vervangt. Er zijn inmiddels overtuigende testresultaten van de Revetec X4-motor met CCE-principe.
Het
oorspronkelijk idee stamt uit 1995, en komt van
de Australische motorconstructeur Brad
Howell-Smith. Die noemde zijn mechanisme voor
zuigerbeweging CCE, Controlled Combustion
Engine. Hij zette het bedrijf
Revetec op om op basis van dit CCE-principe
motorontwerpen te maken.
Een reeks van prototypes leidde tot de huidige
Revetec X4v2. Deze tweede versie van een 2,4
liter viercilinder in X-opstelling werd getest
bij het Australische
Orbital Engines. Dat constateerde een zeer
laag specifiek verbruik en hoog koppel bij laag
toerental. Een aanwijzing dat in een testcyclus
met een auto eromheen deze motor zeer gunstige
verbruikswaarden kan scoren.
Chinese
productie?
Het laatste nieuws is dat de Revetec-motor door
een Duitse universiteit getest zal worden. Een
Chinese autofabrikant hielp om dat mogelijk te
maken. Twee Chinese autofabrikanten zouden
hebben toegezegd bij goed verloop van de tests
Revetec-motoren voor productie te gaan
ontwikkelen.
Daartoe hebben Chinese bedrijven zelfs een
aandeel genomen in Revetec, dat eerder een fors
ontwikkelingskrediet kreeg van de Australische
overheid.
De directie van Revetec bedacht al langer
geleden dat hun entree in de autowereld het best
via nieuwe autoproducenten in China en India kon
lopen. Die zouden vast graag afstappen van
licentiebouw of namaak van conventionele
automotoren, ontworpen door gevestigde
autoconcerns. Inderdaad kwam er serieuze
interesse van die kanten.
Op zoek
naar koppel
Maar wat is nou dat CCE-principe? Waar de
motorconstructeur mee begon was de
onbevredigende koppelontwikkeling van de
conventionele motor.
Heel elementair is koppel ‘kracht maal
armlengte’. De kracht van de verbranding is vrij
kort na de ontbranding maximaal. We hebben het
dan over de verbrandingsdruk, die zo rond 20
graden na BDP piekt. De arm waarmee die kracht
een koppel op de krukas overbrengt is pas
maximaal als drijfstang en kruk haaks op elkaar
staan. Dat is bij zowat een kwart
krukasomwenteling, 40 graden na BDP.
Howell-Smith zocht een mechaniek dat eerder en
langer een flinke ‘arm’ zou koppelen aan de
kracht van de verbranding. Dat zou een hoger
motorkoppel leveren en betere benutting van de
verbrandingsdruk. Dus een hoger motorrendement,
ofwel laag verbruik.
Schijf
vervangt krukas
Wie zoekt zal vinden, dat kreeg ook Howell-Smith
voor elkaar. Hij gebruikt drielobbige schijven
in plaats van krukas en drijfstangen. Over die
schijven lopen rollagers, gemonteerd op een
drijfstang. Bij één omwenteling van de
drielobbige schijf gaat de drijfstang met zuiger
driemaal op en neer.
Mechanisch gezien krijg je dat niet zo simpel
voor elkaar als hier beschreven. Er zijn
schijven aan weerskanten van de drijfstang. Die
wordt dus aan twee kanten via rollagers bewogen.
Ook zitten er per kant op de drijfstang twee
rollagers, waar de drielobbige schijf tussenin
loopt. Anders krijg je geen heen en weer gaande
beweging.
Verder lopen de schijven aan weerszijden van de
drijfstang in tegengestelde richting, en iets
verdraaid ten opzichte van elkaar. Op die manier
knijpen de schijven in een schaarbeweging de
rollagers op de drijfstang omhoog en omlaag.
Aandrijving vanaf hulpas
Er is een tussentandwiel en hulpas nodig om de
twee schijven mechanisch te koppelen. De ene
schijf loopt direct met een tandwiel op de
hulpas, de andere via een tussentandwiel als
‘achteruitversnelling’.
Nu drijven de schijven dus samen de hulpas aan.
Een 3:1 tandwieloverbrenging zorgt dat één
omwenteling van de hulpas overeenkomt met
éénmaal op en neer gaan van de zuiger. Net alsof
deze hulpas een conventionele krukas was. Vanaf
de hulpas wordt het vermogen afgenomen.
Voordeel is dat de drijfstang puur rechtstandig
beweegt. De zuiger hoeft dus niet de
cilinderwanden als geleider te belasten, dat
scheelt flink in wrijving.
Mooi
koppelverloop
Terugkomend op het kracht-en-armprobleem, is dat
opgelost? De arm voor het motorkoppel zit hier
tussen het punt waar de drijfstangrollen op de
schijven lopen, en het hart van de schijf. Als
de zuiger bovenin de cilinder staat, en de
rollen bovenaan de schijven, is de arm maximaal.
Komt inderdaad beter uit dan het klassieke
kruk-drijfstangmechaniek.
Het ligt nogal voor de hand aan beide kanten op
de drijfstang een zuiger te monteren. De
drijfstang moet toch al helemaal tussen de
schijven door steken, er moeten immers aan
weerskanten rollagers over de schijven lopen.
Zo ontstaat een boxertweecilinder. Revetec zag
de noodzaak opkomen voor schone, zuinige motoren
in kleine vliegtuigen. Daarvoor werden twee van
die boxeropstellingen gecombineerd tot een
compacte en korte X4, perfect voor vliegtuigjes.
Sterk in zuinigheid
Die X4 is helemaal uitgewerkt. Daarmee konden
dit jaar tests worden gedraaid. Hiervoor werd
Orbital Engines gekozen, gecertificeerd als
motortestcentrum, en ook hier bekend geworden
door vroegere experimenten met een moderne
tweetakt.
Zo zijn er dus objectieve meetgegevens van de
Revetec X4. Met een koppel van 175 Nm en
maximaal 66 kW vermogen is de 2,4 liter Revetec
bepaald geen krachtpatser. Maar hij levert zijn
kracht bij weinig toeren, niet meer dan 3500 t/min.
En uit de verbruiksmeting blijkt een
motorrendement tussen zo’n 35 en 40%, het niveau
van een goede diesel. Terwijl de testmotor op
benzine liep.
Klinkt veelbelovend. We zijn benieuwd wat de
Duitse universiteit en Chinese autobouwer met
meer testen en ontwikkelen kunnen bereiken.
Revetec zegt uit commerciële overwegingen geen
namen te kunnen noemen, van universiteit en
automaker.
Peter Fokker (Redactie Auto & Motor TECHNIEK)
Bekijk hier een video over de GTM-trike waar de
Revetec





























































































